Hondenvoeding: feit of fabel?

Er is veel informatie beschikbaar over hondenvoeding. Maar hoe weet je nu of die informatie klopt? Of het een feit of een fabel is? Hieronder zie je een aantal stellingen over hondenvoeding mét het juiste antwoord. 

 ‘Een oudere hond heeft minder eiwitten nodig’ | Fabel

‘Een oudere hond heeft minder eiwitten nodig’ | Fabel

Eerder werd gedacht dat een seniorenvoeding niet te veel eiwitten mocht bevatten om de nieren niet onnodig te belasten. Het spijsverteringsstel van oudere honden werkt minder efficiënt dan in de jongere jaren (dus ook de werking van de nieren). Dit betekent nog niet dat een oudere hond per direct een nierpatiënt is. Actuele wetenschappelijke* inzichten laten zien dat oudere honden juist behoefte hebben aan eiwitten die zorgen voor celopbouw en celherstel. Daarom bevat een goede seniorenvoeding tegenwoordig voldoende eiwitten. Belangrijk is dat de eiwitten hoogwaardig zijn en dus behalve makkelijk door het lichaam op te nemen zijn ook de juiste aminozuren bevat. Een goede voeding voor oudere honden is Smølke Senior.

Bekijk de Smølke Senior voeding voor honden >

‘Een hond die poep eet heeft een tekort aan vitaminen’ | Fabel

Het is onterecht om te zeggen dat honden die ontlasting eten een tekort hebben aan een bepaalde voedingsstof. Het eten van ontlasting is over het algemeen een afwijking in het gedrag en is erg lastig af te leren. Bekijk het hele artikel om meer te weten te komen over coprofagie: het eten van poep.

Lees meer over coprofagie >

‘Jonge honden hebben een andere voeding nodig dan volwassen honden ’ | Feit

‘Jonge honden hebben een andere voeding nodig dan volwassen honden ’ | Feit

Jonge honden hebben een hogere energiebehoefte dan oudere en volwassen honden. Bovendien verschilt ook de behoefte aan vitamines en mineralen. Puppies hebben een verhoogde energie, eiwit en calcium behoefte. Maar dit mag zeker niet teveel zijn met het oog op overgewicht en mogelijke skeletproblemen. Jonge honden hebben vanwege de groei een andere calcium/fosfor verhouding in het voer nodig. Bij een teveel aan calcium/fosfor of een tekort aan calcium/fosfor kunnen er relatief snel gezondheidsproblemen ontstaan (denk bijvoorbeeld aan botafwijkingen). Daarom is het van belang niet te jong over te stappen op volwassen voeding en pas over te gaan op volwassen voeding wanneer de hond uitgegroeid is. Daarom zijn er producten voor jonge, volwassen en oudere honden.

Wil je meer weten over het overstappen naar volwassen voeding?

Bekijk dan het artikel over het overstappen van puppyvoeding naar volwassen hondenvoeding >

‘Een te dikke hond moet veel minder voer krijgen’ | Fabel

‘Een te dikke hond moet veel minder voer krijgen’ | Fabel

Het is niet verstandig om minder te gaan voeren. Je geeft hem dan niet alleen minder calorieën, maar ook minder essentiële voedingsstoffen. De hond heeft voer nodig met minder calorieën, maar wel met voldoende voedingsstoffen. Zo is Smølke Weight Control aan te raden als een hond moet afvallen of snel te dik wordt. Hier zijn ook extra voedingsvezels aan toegevoegd, zodat de hond geen last heeft van een hongergevoel. Naast de keuze voor de juiste voeding is ook voldoende (extra) beweging noodzakelijk.

Bekijk de Smølke Weight Control >

‘Een drachtige of zogende hond heeft extra energie nodig’ | Feit

Om de pups goed te laten groeien en de melkproductie op gang te brengen heeft een drachtige teef meer energie nodig. Na de 5e week in de dracht is het aan te raden de teef langzaam over te zetten op puppyvoeding. De teef mag dan iedere week 10-15% meer voer krijgen tot de bevalling. Verdeel het voer in kleinere porties over 3-4 maaltijden per dag. Voor drachtige en zogende teefjes adviseren wij Smølke Puppy Mini-Medium (voor kleine en middelgrote honden) & Puppy Maxi (voor grote honden). De producten bevat behalve extra energie ook vitaminen en mineralen die een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de ongeboren pups en de melkproductie. Voor een voedingsadvies op maat staan wij voor je klaar!

Bekijk hier de puppyvoeding >

‘Minder poep is goed’ | Fabel

‘Minder poep is goed’ | Fabel

In het verleden was men ervan overtuigd dat de hoeveelheid ontlasting een graadmeter was voor de verteerbaarheid en daarmee ook de kwaliteit van de voeding. ‘Des te minder poep, des te beter de voeding!’. Nu laten recente inzichten zien dat er meer schuilt achter dit verhaal. Wanneer een voeding extreem goed verteerbaar is en daardoor bijna geen ontlasting geeft, blijkt de kans groot dat de dikke darm (en bijbehorende goede darmbacteriën) onvoldoende gevoed worden en er daardoor zelfs ontstekingen kunnen ontstaan. Het gevolg hiervan is een ongunstig evenwicht tussen goede en slechte bacteriën. Behalve dat de voeding goed verteerbaar moet zijn in de dunne darm, waar de opname van voedingsstoffen plaatsvindt, moet er ook voldoende voeding over blijven voor de goede bacteriën in de dikke darm. Over het algemeen gaat het hier om moeilijk verteerbare ingrediënten, zoals vezels die de vertering in de dunne darm ‘hebben overleefd’. De goede darmbacteriën gaan deze vezels fermenteren (omzetten naar voedingsstoffen) en zullen daardoor in hoeveelheid toenemen. Hierdoor is er minder ruimte voor slechte bacteriën, waardoor de darmgezondheid én de weerstand verbetert! Alleen betekent dit wel iets meer poep :)

Wil je meer weten over voeding?

Klik hier

Smølke, daar maak je vrienden mee