Anatomie van een kat

Anatomie van de kat

Je weet natuurlijk hoe een kat er uitziet, maar weet je ook hoe een kat  ‘werkt’ en waarom hij er zo uit ziet? Dat is wat anatomie makkelijk omschreven inhoud. Anatomie is namelijk de leer van de structuren (onderdelen) van het lichaam.

Formaat

Katten zijn er in verschillende vormen en maten, zeker als je de wilde katten zoals de leeuw en tijger ook meerekent. De gemiddelde huiskat is ongeveer 20-25 centimeter hoog en 70-90 centimeter lang, van puntje van de neus tot het puntje van de staart. Poezen wegen zo’n 2,8 tot 4,6 kilo en katers wat meer, zo’n 4,2 tot 7 kilo. Uiteraard afhankelijk van het ras en de bouw van de kat.

Skelet

Het skelet van een kat bestaat uit zo’n 244 botten, veel meer dus dan de mens die er ‘maar’ 206 heeft. Dit komt onder andere door de extra botten in de staart en in de wervelkolom. Door de manier waarop het lichaam in elkaar zit, mede dus dankzij de extra flexibele wervelkolom, is een kat in staat soepel en snel te wenden en direct tot actie over te gaan wanneer dit nodig is. Het is dan ook niet raar dat het snelste landdier een katachtige is, namelijk het jachtluipaard!

Zintuigen

Katten hebben de ogen aan de voorkant van de kop. Door de grootte van de ogen en de plaats komt er veel licht binnen en hebben katten een breed gezichtsveld. Hierdoor kan een kat in de schemering goed zien, al zien ze niks wanneer het volkomen duister is. Ook kunnen katten uitstekend horen, zelfs tot frequenties tot 40 kHz (mensen horen maar tot 20 kHz). Ook kunnen zij hun oren 180 graden draaien, waardoor ze de locatie van het geluid nog preciezer kunnen inschatten.

Op korte afstand zien katten echter niet scherp, vandaar dat ze op die momenten vertrouwen op hun gevoelige snorharen. Knip deze daarom nooit af! Ze zijn voor een kat een belangrijk tastzintuig, zonder snorharen zal een kat zich dan ook sneller onzeker voelen.

Lees ook andere leuke en handige artikelen: