Hoe beoordeelt jouw hond of kat zijn voeding?

Vraag jij je wel eens af wat je hond of kat eigenlijk proeft? En waarom ze bijvoorbeeld blikvoer zo lekker vinden?

atten en honden beoordelen de voeding in eerste instantie op reuk, de neus van een hond of kat is immers vele malen beter dan die van de mens. Dit houdt echter niet automatisch in dat ze ook beter kunnen proeven. Mensen hebben namelijk zo’n zes keer meer smaakpapillen als honden, namelijk ca. 9000 terwijl honden  er slechts zo’n 1700 hebben. Katten hebben er zelfs minder dan 500!

Ze proeven vooral minder zoet en zout. Dit komt doordat ze deze eigenschap van oudsher niet nodig hebben. Smaak moet er onder meer voor zorgen dat ze alle voedingsstoffen binnenkrijgen die ze nodig hebben. Aangezien honden en katten van oudsher vleeseters zijn en vlees vol zout zit, hebben ze deze smaak nooit nodig gehad en dus ook niet ontwikkeld.

Wel kunnen ze het verschil tussen bitter en zuur goed proeven. De gevoeligheid voor bitter helpt bijvoorbeeld om giftige stoffen te herkennen.

Wat spreekt honden en katten dan wel aan?

Vooral de geur is ontzettend belangrijk, honden en katten beoordelen of iets eetbaars is dan ook in eerste instantie op de geur: Ruikt het goed; dan is het eetbaar! Ook beoordelen ze op deze manier of voeding of water vers genoeg is om te eten of drinken. Daarnaast beoordelen katten (en sommige honden) ook de textuur van de voeding. Een kat pakt de voeding dan ook met de tong op terwijl een hond dit over het algemeen met de tanden doet.

Wat honden en katten wel hebben in tegenstelling tot mensen zijn speciale smaakpapillen voor water. Daardoor is water voor honden en katten een stuk smakelijker dan voor ons!

Wat kan je zelf doen?

Sommige mensen zeggen dat de hond of kat maar gewoon moet eten wat hij krijgt voorgezet; eet hij het niet dan heeft hij pech! Wij genieten echter ook graag van ons eten, dus waarom zouden we dit onze hond of kat dit niet ook gunnen? Op deze manieren help je jouw hond of kat om zo lekker en prettig mogelijk te eten:

  • Bewaar de voeding na openen altijd goed afgesloten. Dit kan door de zak opnieuw goed af te sluiten of de voeding in een speciaal bewaarblik of een bewaarton te bewaren.
  • Zorg voor een kleinere ‘gebruikshoeveelheid’ in een apart blik zodat de grote verpakking niet dagelijks open hoeft.
  • Zorg ook voor schone drink- en etensbakken zonder etensresten of restjes schoonmaakmiddel.
  • Laat natvoer of rauwe voeding niet staan; het bederft snel en trekt onder meer vliegen aan.
  • Zorg voor een rustige eetomgeving en zet de voerbak van je kat nooit in de buurt van de kattenbak.

Eet je hond of kat de voeding niet graag meer? Controleer eerst eens of er geen medische oorzaak kan zijn. De meerderheid van de honden en katten ouder dan 3 jaar heeft namelijk gebitsproblemen in enige mate.  Speelt dit niet? Probeer dan de voeding eens te overgieten met warm water zodat er meer geur vrijkomt.